Wie vanuit het zuiden over de snelweg A73 rijdt, moet lang wachten om de gevolgen van de natuurbrand daadwerkelijk te kunnen bemerken: pas vlak voor Venray worden de donkere rookwolken boven de bossen zichtbaar. In de Noord-Limburgse plaats zelf is de brand nauwelijks te ruiken. Zelfs op de parkeerplaats van Hotel Asteria, waar de brandweer verzamelt en geëvacueerde campinggasten worden opgevangen, wordt de adem niet benomen. De donkerste wolken waaien naar elders. Tot in Nijmegen, zo’n veertig kilometer van de getroffen Boschhuizerbergen, ruiken mensen de brand wel.

Maandagavond had de brandweer even het idee dat ze de bosbrand, toen nog twintig hectare groot, snel onder controle zou krijgen. Maar in de nacht breidde het vuur zich uit. Inmiddels is een gebied van zo’n honderd hectare getroffen.

„De windrichting wisselde vannacht steeds een beetje”, vertelt Bart Cox, woordvoerder van de brandweer. „Dat maakte het vuur onvoorspelbaar. Blussen in de nacht is sowieso lastiger. De helikopters kunnen ook niet helpen met blussen, omdat in het duister niet duidelijk is waar de manschappen zich exact bevinden.”

Wel was de inzet van brandweermensen gedurende de nacht niet anders dan overdag. Zo’n driehonderd beroepskrachten en vrijwilligers helpen het vuur te bestrijden. Cox: „Inmiddels van korpsen uit het hele land, omdat je ploegen moet kunnen afwisselen. Zoveel mensen betekent ook een behoorlijke organisatie, alleen al om ze allemaal eten en drinken te geven.”