Kyiv was in de nacht van vrijdag op zaterdag opnieuw het doelwit van een Russische rakettenregen. De schade in de Oekraïense hoofdstad was fors: op meerdere plekken in de stad braken grote branden uit. Negen mensen kwamen om het leven, tientallen anderen raakten gewond.

Het is de derde grote aanval op Oekraïne in iets meer dan een week tijd. Woensdag vuurde Rusland zeventig raketten op doelen door heel Oekraïne uit, met zeker acht doden tot gevolg. Vorige week vrijdag vielen er tien doden en honderd gewonden bij een grote Russische aanval op een Oekraïense defensiebijeenkomst.

De recentste aanval laat zien dat het Oekraïense leger steeds minder goed in staat is om de massale Russische rakettenregens het hoofd te bieden. Het lukte afgelopen nacht om slechts één ballistische raket neer te halen.

President Zelensky wijt dit aan een groot tekort aan luchtafweerraketten die Oekraïense steden enigszins veilig moeten houden. Lange tijd haalde Kyiv deze raketten met Europees geld uit de Verenigde Staten, maar door de oorlog in het Midden-Oosten is er een enorm tekort ontstaan. De Amerikanen verschoten in een paar maanden tijd twee derde van hun voorraad Patriot-luchtafweerraketten.

Zelensky dringt al langer bij de Amerikaanse president Donald Trump aan op hulp bij het aanvullen van de voorraden. Eerder gaf Washington groen licht aan Oekraïne om de Patriots met hulp van Amerikaanse bedrijven op eigen boden te produceren. Maar het duurt volgens analisten mogelijk jaren voordat de eerste raketten van de lopende band rollen.