‘Piscinin’ – de Kleine – was met zijn 1 meter 76 niet de langste centrale verdediger op de Europese velden, maar in de hoogtijdagen van het Italiaans voetbal was Franco Baresi de grootste onder zijn gelijken. Inzicht, hardheid, zuiverheid in de passing – de aanvoerder van het gouden AC Milan van de vorige eeuw had het allemaal. Vandaag werd bekendgemaakt dat Baresi op 66-jarige leeftijd is overleden.
In een kleedkamer met het Nederlandse supertrio Ruud Gullit, Marco van Basten en Frank Rijkaard voerde hij één van de beste clubelftallen allertijden aan. Baresi werd zes keer Italiaans kampioen, won drie keer de Europa Cup I. Met Italië was hij WK-winnaar in 1982 als wisselspeler en verliezend WK-finalist op zijn laatste toernooi in 1994.
Baresi, libero en daarmee zowel slot op de deur als opkomende verdediger, was vooral het brein in het hart van de Milan-defensie met een vooruitziende blik over wat vanuit de tegenstander komen ging. Zijn cognitieve vermogens noemde hij zijn belangrijkste voetbalvaardigheid. Zijn biografie Libero di sognare opent met een citaat van de Duitse filmmaker Werner Herzog, een bewonderaar, die betoogt dat „niemand de fysieke dimensies van het spel bevatte” zoals Baresi.










