In paniek stuift het handjevol verpleegsters uit elkaar. Een bommenwerper van het Myanmarese leger doorkruist de blauwe hemel boven het veldhospitaal van hout en bamboe in de oostelijke Karen-staat. In de frontlinie verderop vechten verzetsgroepen die na de staatsgreep van februari 2021 de wapens opnamen tegen het militaire bewind. Ook ziekenhuizen zijn een doelwit van het regime. Regelmatig vlucht de medische staf naar veiliger terrein, zo dicht mogelijk tegen de grens met Thailand. Onder zeiltjes of afdakjes van gedroogde bladeren bivakkeren daar ook duizenden burgers die ontheemd zijn door de gevechten.
Oorlogsgeweld is niet het enige gevaar. Ook het risico van malaria is weer toegenomen, na jaren van succesvolle bestrijding. Vanuit Myanmar duikt de infectieziekte zelfs weer op in buurlanden Bangladesh en Thailand.
Min Thet Htet Aung was al zo’n tien keer ziek nadat hij ruim vijf jaar geleden zijn bestaan als leraar in een kleine stad achterliet om zich net als tienduizenden anderen aan te sluiten bij een van de guerrillagroepen in de jungle. Het primitieve leven in de oorlogszone geeft de muskieten vrij spel. Vrouwtjesmuggen die besmet zijn met de malariaparasiet, brengen deze met een beet op mensen over waardoor zich malaria ontwikkelt. De koortsaanvallen kwamen hard aan. Zijn ribben steken door zijn shirt en zijn wangen zijn ingevallen. Met een nonchalant lachje zegt hij: „Ik dacht dat ik het niet zou overleven.”






