In de verte hoorde de auto-onderdelenverkoper in het Brabantse dorp Engelen het geluid van een bord dat op de grond viel. Welk bord wist hij meteen: „Hier geen dumpplek voor asielzoekers”, stond er op een stuk karton dat met tiewraps aan een lantaarnpaal dicht bij zijn huis was vastgemaakt. Een buurman was in de lantaarnpaal geklommen, had de tiewraps doorgesneden en was naar huis gereden – hij ergerde zich al weken aan alle anti-azc-borden in het dorp.

Vijf minuten later stonden er acht mannen bij de buurman op de stoep. Wat doe je met ons bord? Hij kon het beter zo snel mogelijk weer ophangen, anders zouden ze hem daar persoonlijk een handje bij helpen. „Zijn vrouw was bang, zijn twee jonge dochters lagen net in bed”, zegt de verkoper. De volgende ochtend kwam de buurman terug met zijn broekzakken vol tiewraps. Om, onder toezicht van de auto-onderdelenverkoper, het bord weer op te hangen.

Hier keren burgers zich niet alleen tegen de overheid, maar ook tegen elkaar

Engelen is verdeeld sinds de gemeente Den Bosch in april plannen bekendmaakte voor een opvang voor vijftig alleenstaande minderjarige vluchtelingen (amv’ers) op het industrieterrein in het dorp. Verdeeld tussen mensen die absoluut niet willen dat er asielzoekers worden opgevangen (vooral bewoners van het industrieterrein), en de mensen die er geen problemen mee hebben (vooral uit het dorp en daarbuiten). Tussen mensen die anti-azc-posters achter de ramen hebben, en mensen die een ‘Samen leven’-poster van Vluchtelingenwerk hebben opgehangen.