Een dag die in het teken stond van vreugde en solidariteit, sloeg vorige week zaterdag in Berlijn om in een dag van verdriet en ontreddering – voor de lhbtiq+-gemeenschap én voor een heel land. Deze zaterdag varen tientallen boten door de Amsterdamse grachten tijdens WorldPride, eveneens om gelijkheid te vieren. Net als in Berlijn zullen er regenboogvlaggen zijn, queer mensen en bondgenoten. Maar er is ondertussen een heel ander debat losgebarsten dat invloed zal hebben op WorldPride in ons land.
Andy O. McLeese werkt bij een groot consultancybedrijf.
Het zou kunnen dat, ondanks een verbod op nationale vlaggen tijdens WorldPride, we Palestijnse of zelfs Israëlische vlaggen zullen zien. Die worden gedragen door mensen die zich verbonden voelen met hun land of met een idee, maar die zich tegelijk uitspreken tegen de oorlog, tegen de regering-Netanyahu, Hamas of tegen het geweld dat volgens hen in hun naam wordt gepleegd.
Dat vooruitzicht roept ongemak op. Niet omdat Pride politiek is geworden (dat is altijd al zo geweest) maar omdat het ons confronteert met moeilijke vragen over de betekenis van gedeelde ruimtes en hoe comfortabel we zijn met het pluralisme daarin.
Na de aanslag op Christopher Street Day in Berlijn leek vrijwel onmiddellijk alles onderdeel te worden van hetzelfde debat: terrorisme, islam, migratie, Pride, Palestina, Israël en veiligheid. Alsof al die onderwerpen onderdeel zijn van hetzelfde probleem. Maar een islamistisch gemotiveerde aanslag zegt iets over gewelddadig extremisme. Het zegt niets over miljoenen moslims die met die ideologie niets te maken hebben.













