Met hun luchtaanvallen op pro-Iraanse milities in Irak hebben de Verenigde Staten en Saoedi-Arabië dinsdagnacht zo’n twintig Iraanse militaire adviseurs gedood. Dat meldt The New York Times op basis van een bron binnen de Amerikaanse overheid, na eerdere berichtgeving van persbureaus AP en Reuters.
Het zou gaan om leden van de Iraanse Revolutionaire Garde (IRGC) en technisch adviseurs. Volgens de Amerikaanse overheidsfunctionaris hadden de aanvallen als doel de betreffende Iraniërs te doden en te voorkomen dat de milities in Irak raketten en drones af zouden vuren.
De bewuste milities, die zichzelf de Volksmobilisatiekrachten noemen, schreven woensdagmiddag in een bericht op Telegram dat bij de Amerikaanse en Saoedische aanvallen onder hun strijders zeker twintig doden en 32 gewonden waren gevallen.
Saoedi-Arabië hield zich de afgelopen zes maanden grotendeels afzijdig in de oorlog tussen de VS, Israël en Iran. De aanvallen van woensdagochtend zijn de eerste keer dat het land openlijk Iraanse doelwitten aanvalt. Wel zouden de Saoedi’s en de Verenigde Arabische Emiraten eerder al in het geheim aanvallen op Iran hebben uitgevoerd.
In een verklaring op X schreef het Saoedische ministerie van Defensie eerder vandaag dat de aanvallen een vergelding waren voor droneaanvallen op oliefaciliteiten in het land, die volgens de Saoedi’s door de milities in Irak waren gelanceerd. Het koninkrijk wijst op het recht om zichzelf te verdedigen, maar benadrukt dat het „niet uit is op escalatie”.









