De tweejarige Salem werd in het voorjaar van 2024 geboren in een tent. Nu ligt hij al weken aan de beademing in het Nasser-ziekenhuis in de Zuid-Gazaanse stad Khan Younis. Zijn vader, Ali Fadl al-Najjar, staat naast het bed en houdt zijn hand vast.
Bij een Israëlische luchtaanval op Khan Younis afgelopen februari, waar de familie Al-Najjar verbleef nadat zij ontheemd waren uit Bureij in centraal Gaza, werd Salem door de impact van een inslag uit het raam van het huis geslingerd, vertelt zijn vader. „Er was geen ambulance. Samen met zijn oom droeg ik hem snel naar het ziekenhuis.”
Daar moest het kind worden gereanimeerd en kwam hij op de intensive care terecht. Kort daarna kreeg hij volgens zijn vader een hersenbloeding en gingen zijn nieren en lever achteruit. Een ruim twee weken durende coma volgde.
Inmiddels ligt Salem met open ogen doodstil in bed. Hij kan nog niet zelfstandig ademen. Volgens de arts heeft hij hersenschade, zegt zijn vader. Voor onderzoek daarnaar is een MRI-scan nodig, maar die is niet beschikbaar in Gaza. „De dokter heeft gezegd dat als Salem aan deze apparatuur blijft liggen, hij mogelijk zal sterven.”
Net als duizenden anderen wacht de vader van Salem op het moment dat zijn kind uit Gaza kan worden geëvacueerd naar het buitenland, voor specialistische behandeling. „We wachten al vier maanden. Ik slaap er niet van.”







