De regering-Trump zegt de dagvaardingen voor journalisten van The New York Times in te trekken. Justitie wilde de verslaggevers laten getuigen in een rechtszaak om te achterhalen wie de bronnen waren die informatie lekten naar de krant over veiligheidsproblemen met het door Qatar gedoneerde nieuwe presidentsvliegtuig.

De aanklager kondigde donderdag op zitting aan op het besluit terug te komen, nadat volgens persbureau AP een zichtbaar geïrriteerde rechter de argumenten van advocaten van tafel had geveegd. De rechter stelde dat het ministerie van Justitie met het dagvaarden van journalisten de wet „op de kop” zette.

De journalisten in kwestie – Julian E. Barnes, Eric Lipton, Tyler Pager en Eric Schmitt – onthulden dat president Donald Trump de NAVO-top in Ankara begin deze maand met zijn vorige Air Force One verliet, omdat de Secret Service de veiligheid van het nieuwe toestel niet kon garanderen. Het vliegtuig zou onder meer antiraketsystemen missen.

Voorafgaand aan de publicatie had een FBI-agent bij de krant aangeklopt in een poging die publicatie te voorkomen en vroeg het dagblad de geanonimiseerde bronnen prijs te geven. Volgens de dienst ging het om een kwestie van nationale veiligheid.