„Op het midden van ons levenspad / bevond ik me in een donker woud, / omdat ik de rechte weg was kwijtgeraakt.” Zo luiden de beroemde openingsverzen van La Divina Commedia (De Goddelijke Komedie) van Dante Alighieri – schrijver, politicus, banneling – maar het had net zo goed de eerste zin kunnen zijn van Begin midden einde, de nieuwe roman van de veelgeprezen Mexicaanse schrijver Valeria Luiselli. Net als in de Goddelijke Komedie is de verteller van Begin midden einde een schrijver van halverwege de dertig, midden op haar levenspad, die de weg is kwijtgeraakt, geen grip meer heeft „op waar ze is en wat ze wil”.

In tegenstelling tot Dante, die gedwongen Florence moest verlaten, is Luiselli’s verteller na een pijnlijke scheiding vrijwillig vertrokken van New York naar Catania, een Siciliaans stadje dat tegen de vulkaan Etna aanschurkt. Maar waar bij Dante het verlangen naar zijn geliefde geboortestad als een melancholische stroom onder al zijn werk doorloopt, wordt Begin midden einde voortgedreven door een vertwijfeld heimwee naar een vorig leven, toen alles nog duidelijk was, intact, ongeschonden. En Luiselli’s verteller daalt weliswaar niet letterlijk af in de onderwereld, maar haar verwoede graven in het verleden, haar zoeken naar oorzaken en – vooral – consequenties is ook een vorm van afdalen, van „zo diep mogelijk boren, ongeacht de gevolgen; alles naar boven halen”. Niet voor niks speelt de roman zich af op Sicilië: daar ligt de kloof waar Hades Persephone de onderwereld introk – en geloofde men in de middeleeuwen niet dat de Etna een toegangspoort tot de hel was?