De Russische regering is druk bezig om de brandstofproblemen in het land onder controle te brengen. De Doema, het Russische parlement, voerde deze week onder meer een wetswijziging door om prijsstijgingen op de binnenlandse markt te beteugelen, zo meldden Russische onafhankelijke en staatsmedia.
Brandstofproblemen ontstonden vanaf het voorjaar als gevolg van een serie ontwrichtende Oekraïense drone-aanvallen op raffinaderijen en energie-infrastructuur en leidden in de afgelopen weken tot chaotische taferelen bij benzinestations in het land. Volgens persbureau Reuters zakte de benzineproductie begin juli tot slechts 65 procent van het gemiddelde seizoensverbruik.
Om aan de interne vraag te kunnen voldoen mogen oliebedrijven sinds april hun benzine niet meer aan het buitenland verkopen. Sinds begin juli geldt een vergelijkbaar exportverbod voor diesel en ook de uitvoer van kerosine is aan banden gelegd. Omdat de prijzen op de buitenlandse markten hoger liggen, lijden oliebedrijven hierdoor flinke verliezen. Met de jongste wetswijzigingen kunnen oliemaatschappijen makkelijker worden gecompenseerd voor die financiële tegenslag, zo verklaarde de Russische minister van Energie Sergej Tsiviljov vorige week. Om de regio Moskou, waar een zesde van de Russische bevolking woont, te ontzien worden olietransporten vanuit Siberië verlegd en wordt de import uit Wit-Rusland opgeschroefd, zo schreef Reuters.







