Het aantal huishoudens dat in zogeheten energiearmoede leeft, is vorig jaar vrijwel gelijk gebleven ten opzichte van 2024. Het gaat om 503.000 huishoudens, zo'n 6 procent van het totaal. Binnen die groep zijn wel verschuivingen zichtbaar.
Zo is het aantal huishoudens met een laag inkomen en een hoge energierekening toegenomen. Dat komt onder meer doordat de vaste leveringskosten per huishouden gemiddeld met 90 euro zijn gestegen. Ook nam het energieverbruik licht toe. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) schat dat huishoudens in 2025 gemiddeld 1,1 procent meer gas en 1,8 procent meer stroom hebben verbruikt.
Tegelijkertijd is het aantal huishoudens met een laag inkomen wat gedaald. Mede daardoor bleef het totale aantal huishoudens in energiearmoede nagenoeg gelijk, zoals te zien is in deze grafiek.
Bijna drie kwart van de huishoudens in energiearmoede is alleenstaand. Verder komen vrouwelijke kostwinners en kostwinners met een migratieachtergrond vaker in de knel dan gemiddeld.
Arme huishoudens in slecht geïsoleerde woningen of in een koopwoning komen het meeste geld tekort. Het gaat soms om meer dan 1.700 euro per jaar. "Dat is wel een kleine groep op het grotere geheel", zegt TNO-onderzoeker Anika Batenburg.






