Er is een natte plek in de dijk van de ringvaart ontdekt. Best groot. Twee bij vijf meter. En diep. „Ik kom tot een meter”, zegt dijkwacht Jeroen Wouda. „En ik hoef er helemaal geen moeite voor te doen.” Collega Alie Veninga: „M’n prikstok gaat er helemaal in.” De dijkwachten lopen speurend rond, hier vlak bij het laagste punt van Nederland, 6,76 meter onder NAP, in het Zuid-Hollandse Nieuwerkerk aan den IJssel.

Sinds twee weken voeren ruim honderd vrijwilligers inspecties uit op veendijken, die in droge tijden scheuren kunnen vertonen, natte plekken en andere ongerechtigheden.

„We zoeken schadebeelden”, zegt Wouda. De vrijwilligers worden ingezet door het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Dat is, zoals alle waterschappen in Nederland, alert op de conditie van veendijken, om te voorkomen dat ze in tijden van droogte bezwijken. Dijkwachten komen in actie zodra het neerslagtekort in de regio 176 millimeter groot is. Wie afwijkingen aantreft, kan die via een app melden. Medewerkers van het hoogheemraadschap komen in actie als dat nodig is.

De Ringvaart in Nieuwerkerk aan den IJsselFoto walter herfst

Als het water van de natte plek uit de ringvaart zelf afkomstig zou zijn, moet het hoogheemraadschap overwegen een ‘kleikist’ te graven, een sleuf langs de oever die met klei wordt gevuld en zo het water tegenhoudt. Daartoe moest vorig jaar augustus nog worden besloten, toen even verderop in Ommoord twee natte plekken op enige afstand van elkaar bleken te duiden op een dijkafschuiving. Vermoedelijk niet alleen veroorzaakt door droogte, maar ook door gegraaf van kreeften en karpers, in combinatie met een tractor die eroverheen was gereden.