Ter voorbereiding op de zomervakantie komen stelletjes regelmatig naar de boekwinkel waar ik werk voor het inslaan van een stapel leesvoer. Vaak kiest de vrouw voor een roman over een ontspoorde familiegeschiedenis of onmogelijke liefdes, de man legt een vuistdikke pil over de Weimarrepubliek op de toonbank, of erger: de biografie van Elon Musk. Liggend aan het zwembad zal zij zich verliezen in een verhaal, terwijl hij alle feiten op een rij probeert te krijgen.
Dat verschil is niet louter anekdotisch. Vrouwen lezen meer fictie dan mannen, terwijl mannen vaker naar non-fictie grijpen. Vrouwen lezen überhaupt meer boeken dan mannen. Uit onderzoek van Stichting Lezen blijkt dat er een wezenlijk genderverschil is in leesvoorkeur. Een van de oorzaken is het tekort aan mannelijke rolmodellen: basisschooldocenten zijn voor een groot deel vrouw, en mannen nemen minder vaak de voorleestaak op zich.
Joshua Vissers is boekhandelaar bij de Amsterdamse boekhandel Zwart op Wit.
Wellicht laat het onderscheid zich ook verklaren door de leesmotivatie. Vrouwen willen zich verliezen in een perfecte romance of een ingewikkeld web van relaties, in boeken zoeken ze een interessante alternatieve werkelijkheid. Mannen kiezen vaker een instrumentele aanvliegroute; lezen dient voor hen als middel tot een ander doel (bijvoorbeeld zelfoptimalisatie). Dit verschil zou je kunnen samenvatten als escapisme voor vrouwen en utilisme voor mannen.








