Eindelijk, verzuchten ze in Kyiv, zit er beweging in de lange Oekraïense weg naar het lidmaatschap van de Europese Unie. Maar de gehoopte stroomversnelling, waarin het proces zou belanden na het vertrek van de Hongaarse premier Viktor Orbán? Die blijft uit.
Tot nu toe kenden vergaderingen over Oekraïne een vast verloop. Kyiv en Brussel, dat wil zeggen de Europese Commissie, drongen erop aan zo veel mogelijk en zo snel mogelijk te werken aan toetreding tot de EU. Vanuit vrijwel alle Europese regeringen werd dat geaccepteerd, zelfs toegejuicht, op eentje na: Hongarije. En omdat instemming van alle 27 landen vereist is, werd elke stap vooruit gesmoord.
Nu is Orbán weg, maar om nou te spreken van een vliegende start? Niet dus.
Een deel van de reden is, nog altijd, Hongarije. Orbáns opvolger Peter Magyar wordt gezien als een frisse wind, een opluchting na de plagen die Orbán en zijn team op Brussel afvuurden. Maar ook Magyar wil niet te hard van stapel lopen. Hongarije blijft kritisch, en de premier wil niet de beschuldiging krijgen dat hij voor alles wat Brussel wil braaf bij het kruisje tekent.
Magyar bedierf zo wel iets van de Oekraïense feestvreugde. Vorige maand kon met Hongaarse zegen een officieel begin gemaakt worden met de eerste hoofdstukken van de onderhandelingen. Deze week volgde een tweede reeks hoofdstukken – een zogenaamd cluster. Maar nog deze zomer álle zes clusters openen, over álle onderwerpen, zoals Kyiv had gewild: dat weigert Magyar.






