Democratische politici in de VS zijn kritisch op de doorlichting tijdens de sollicitatieprocedures van nieuwe ICE-agenten. Familieleden van de vermoedelijke ICE-agent die maandag een Mexicaanse migrant doodschoot in de staat Maine, klaagden tegen persbureau AP dat de 37-jarige man wegens een verleden van gewelddadig gedrag en mentale gezondheidsproblemen „nooit een licentie had mogen krijgen om met een wapen door Amerikaanse straten te patrouilleren”. De man zelf reageerde niet op vragen van het persbureau.

„Dit roept direct vragen op over de veronderstelde screening en opleiding van ICE”, reageert Congreslid Bennie Thompson bij AP. „De regering-Trump heeft 12.000 agenten de straat op gestuurd zonder te controleren of ze geschikt waren om een ​​badge en een wapen te dragen”, stelt de Democratische sentaatsfractievoorzitter Chuck Schumer.

Volgens het Amerikaanse ministerie van Binnenlandse Zaken heeft het gros van de pas aangenomen ICE-agenten eerder bij de politie of defensie gewerkt. Volgens AP zijn er steeds meer aanwijzingen dat sollicitanten met een twijfelachtig verleden onvolledig worden doorgelicht, of dat ze alsnog worden aangenomen.

Sinds de tweede termijn van de Amerikaanse president Donald Trump, die prat gaat op het uitzetten van migranten, zijn volgens The Guardian zeker elf personen gedood. De dood waar de 37-jarige ICE-agent van wordt beschuldigd, is die van de 26-jarige Colombiaan Joan Sebastián Durán Guerrero. Die werd maandag doodgeschoten in zijn auto in het kuststadje Biddeford. Getuigden stelden dat Durán Guerrero bloedend uit zijn auto werd gehaald, hij zou hebben geroepen dat hij probeerde te stoppen.