De inwoners van Wilnis herinneren zich de watersnood nog goed. Hoe een rommelend geluid midden in de nacht hen wakker hield, zij buren vertelden dat de dijk was doorgebroken, dat water in de richting van de huizen stroomde. Dat de anderen hen niet geloofden en suggereerden dat ze gedronken hadden. En melkveehouder Arjan van Rijn herinnert zich nog precies dat hij die nacht wakker werd gebeld door een bevriende aannemer bij wie hij af en toe als loonwerker aan de slag was. „Schotten laden”, luidde de dringende oproep door de telefoon. „Dijkdoorbraak.” Einde gesprek.
Bijna 23 jaar geleden, in de nacht van 25 op 26 augustus 2003, bezweek op twee plaatsen over ongeveer zestig meter een veendijk van de ringvaart in Wilnis. Dat stuk dijk schoof een meter of zeven over een speelweide. Het water stroomde naar drie woonwijken, tot aan de drempels van de woningen. Vijftienhonderd mensen in het Utrechtse dorp werden geëvacueerd; de schade aan onder meer verzakte woningen liep uiteindelijk op tot naar schatting ruim 12 miljoen euro.
De schade aan onder meer verzakte woningen liep uiteindelijk op tot naar schatting ruim 12 miljoen euro.Foto Rien Zilvold
De gebeurtenissen in Wilnis maakten zo veel indruk op melkveehouder Van Rijn, dat hij zich in de daaropvolgende jaren steeds meer voor watermanagement ging interesseren. „Wat ik toen heb meegemaakt, was mooi werk. Iedereen stond voor elkaar klaar.” Inmiddels laat Van Rijn (56) het koeien melken goeddeels over aan zijn zoon, en is hij zelf lid van het dagelijks bestuur van Amstel, Gooi en Vecht, het waterschap dat lang overhoop heeft gelegen met de gemeente De Ronde Venen over de aansprakelijkheid van de calamiteit in Wilnis. Inmiddels is de relatie tussen waterschap en gemeente weer „heel goed”, glimlacht Van Rijn, staande op de plaats van het ongeval, op een volledig gerenoveerde kade.












