De sprint om de ritzege was allesbehalve overzichtelijk. Cees Bol ging vroeg aan, maar werd bijgehaald. Daarna probeerde Waerenskjold het. Hij bleef de concurrentie met een machtige inspanning wél voor. Kooij werd tweede.

Waerenskjold mag zich de winnaar van de snelste etappe ooit in de Tour de France noemen. De rit van 161,3 kilometer werd afgelegd in 3 uur, 10 minuten en 6 seconden. Dat leverde een gemiddelde snelheid van 50,91 kilometer per uur op.

De tot woensdag snelste etappe ooit werd verreden in 1999, toen Mario Cipollini de vierde rit (194,5 kilometer) met een gemiddelde snelheid van 50,36 kilometer per uur won. In dat jaar won Lance Armstrong het algemeen klassement, maar die eindzege werd hem vanwege dopinggebruik ontnomen.

Tim Merlier was woensdag op voorhand de favoriet voor de ritwinst, maar de Belg kwam in de hectische finale klem te zitten en eindigde als vijftiende. Mathieu van der Poel kon Jasper Philipsen ook niet zijn eerste zege van deze Tour bezorgen. Philipsen eindigde als derde, achter Waerenskjold en Kooij.

Van der Poel viel ruim drie uur eerder nog op bij de start van de etappe van Vichy naar Nevers. Hij probeerde te ontsnappen, maar kreeg geen ruimte. Uiteindelijk vormde zich een kopgroep van vier met daarin onder anderen de Franse oud-wereldkampioen Julian Alaphilippe.