De hasjhandelaar Simon zal wel de belangrijkste schepping blijven van Cees Geel, de acteur die dinsdag op 61-jarige leeftijd overleed aan een hartstilstand. Zijn titelrol in de film Simon (Eddy Terstall, 2004) – een stoere man die bevriend raakt met een nette gay, kanker krijgt, en euthanasie pleegt – werd bekroond met een Gouden Kalf. Ook kreeg hij de prijs voor de beste acteur op het Amerikaanse Tribeca filmfestival. Die werd uitgereikt door Robert De Niro, maar helaas was Cees Geel er zelf niet bij. Hij had het te druk met Koninginnedag vieren in Amsterdam.
Cees Geel speelde zo’n 160 rollen in films, series en theater – met als bekendste die van rechercheur in politieserie Flikken Rotterdam – maar hij kreeg zelden de hoofdrol. Te karakteristiek hoofd, dacht hij zelf. Een boevenkop zou je kunnen zeggen, geknipt voor crimineel of rechercheur, ware het niet dat Geel een opvallend veelzijdige acteur was, die ook zachte mannen, introverte types en komische rollen kon spelen.
Zijn specialiteit was om langzaam de zachte binnenkant te onthullen van stoere mannen. Met zijn kale kop, zware wenkbrauwen en grote grijns straalde hij gevaar en gekte uit, maar je zag ook altijd het spelende kind in hem. Hij zag zichzelf „als een intense acteur met een behoorlijke uitstraling. Karakteristieke kop, groot lijf” (Esquire, 2005). „Als ik zelf schrik van wat ik zeg, dan is het goed” (VN, 2002).








