Ja, de beleggingen van Nederlandse verzekeraars in private credit zijn de afgelopen jaren flink toegenomen, die van pensioenfondsen in private credit nauwelijks. En nee, die leveren geen grote risico’s op omdat de omvang nog steeds beperkt is.
De Nederlandsche Bank geeft in een vandaag gepubliceerd onderzoek antwoord op twee vragen die sterk leven sinds eind vorig jaar de zorgen rond private credit zijn gaan groeien.
Privatecreditfondsen verschaffen leningen aan – vooral – bedrijven die niet of slechts moeizaam bij banken kunnen lenen. Vooral in de VS is dit fenomeen de afgelopen twintig jaar sterk in opmars. De wereldmarkt ervoor beslaat nu zo’n 1.400 miljard dollar. In Europa is die markt ook gegroeid, maar veel beperkter tot ongeveer 500 miljard.
Nadat een aantal bedrijven dat geleend had bij private credit vorig jaar door fraude in problemen was geraakt, volgde een run op de fondsen die deze leningen zonder vaste looptijd uitzetten. Beleggers kunnen hun inleg bij deze zogeheten open-endfondsen in beperkte mate terugvragen.
Nederlandse verzekeraars hebben hun beleggingen in private credit tussen 2021 en 2025 met 37 procent laten stijgen naar 17,5 miljard euro. Dat is 8,3 procent van het beheerd vermogen. Bij pensioenfondsen bleven de beleggingen in private credit in die periode vrijwel constant, op 13 miljard euro. Dat is 1,3 procent van hun belegd vermogen. Zowel verzekeraars als pensioenfondsen zitten bijna alleen in de closed-endfondsen, waar beleggers pas aan het eind van de looptijd hun geld kunnen terugkrijgen.












