David Sánchez, de broer van de Spaanse premier Pedro Sánchez, is dinsdag veroordeeld vanwege bestuurlijk wangedrag. Hij mag negen jaar lang geen openbaar ambt vervullen, bepaalde de provinciale rechtbank in Badajoz, in het westen van Spanje.

De socialistisch geleide provincieraad van Badajoz stelde Sánchez, een geschoold klassiek musicus, in 2017 aan als hoofd van twee conservatoria. David werd aangeklaagd omdat deze managementpositie voor hem in het leven zou zijn geroepen, op voorspraak van zijn broer Pedro. Die was destijds nationaal leider van de socialistische partij PSOE.

De zaak was aangespannen door Manos Limpias (Schone Handen), een anticorruptiegroep geleid door de uiterst rechtse advocaat Miguel Bernad. De socialistische premier deed de zaak af als een politieke campagne van rechts.

Het in het leven roepen van de hoge functie voor Sánchez diende volgens de rechter uitsluitend persoonlijke belangen. De rechtbank spreekt van „volstrekt willekeurige machtsuitoefening”. Tien anderen, onder wie de voormalig leider van de lokale PSOE-fractie, zijn eveneens veroordeeld. De veroordeelden kunnen nog in hoger beroep.

De zwaarste aanklacht, die van corruptie, verwierp de rechter. Volgens haar staat niet vast dat Sánchez door „persoonlijke of hiërarchische relaties” aan zijn positie zou zijn gekomen.