Het destijds zevenjarige meisje liep op 12 augustus vorig jaar met haar moeder in het Zuiderpark in Rotterdam. De moeder verloor haar dochter korte tijd uit het oog en trof haar iets later huilend aan.
Het meisje vertelde haar moeder dat ze door een man was aangesproken en het riet in was getrokken. Daar zou hij haar tegen de grond hebben gedrukt en hebben verkracht. Haar moeder schakelde direct de politie in, waarna een grootschalig onderzoek werd gestart.
Op meerdere plekken op en in het lichaam van het slachtoffer werd DNA-materiaal aangetroffen. Dat DNA matchte met sporen uit een zedenzaak uit 2011. De politie kon de 54-jarige Rotterdammer op 18 augustus aanhouden in zijn woning.
Het Openbaar Ministerie (OM) acht de verklaring van het meisje betrouwbaar, omdat ze "gedetailleerd, consistent en authentiek" heeft verklaard. Daarnaast wordt haar verklaring ondersteund door het gevonden DNA-materiaal. Het OM is er daarom, en vanwege bewijs zoals camerabeelden en telefoongegevens, van overtuigd dat de man het meisje heeft verkracht, heeft aangerand en van haar vrijheid heeft beroofd.
Daarnaast verdenkt het OM de man ook van een zedenmisdrijf in 2011 in Rotterdam-Zuid. Daar werd een meisje achtervolgd in een gang met kelderboxen waarvan de verdachte de deur dichtdeed.








