De internationaal erkende regering van Jemen heeft maandag luchtaanvallen uitgevoerd op het internationale vliegveld van de hoofdstad Sanaa, dat onder controle staat van de door Iran gesteunde Houthi’s. Daarbij werd een van de landingsbanen geraakt. De regering verklaart de aanval te hebben uitgevoerd om te voorkomen dat een Iraans vliegtuig op Jemenitisch grondgebied zou landen.
De aanval bereikte zijn doel niet: het Turkse persbureau Anadolu meldt maandagmiddag dat het Iraanse vliegtuig enkele uren na het bombardement alsnog is geland op een ander vliegveld. Wie er in het vliegtuig zaten en wat het doel is van het bezoek, is niet bekend.
Een woordvoerder van de Houthi’s beschuldigde Saoedi-Arabië ervan achter de aanval te zitten en bezwoer de aanval „niet onbeantwoord of ongestraft” te laten. Saoedi-Arabië, tevens bondgenoot van de VS, steunt de Jemenitische regering in de burgeroorlog die in het land woedt. De Saoedische autoriteiten hebben niet op de beschuldiging gereageerd.
De Houthi’s, gesteund door Iran, zijn aan de macht in een groot deel van Jemen. Sinds 2014 staat de hoofdstad Sanaa onder hun controle. De internationaal erkende regering houdt zich sindsdien op in Aden, in het zuiden van het land. Daarmee heeft Jemen de facto twee regeringen, die banden hebben met landen die op dit moment actief in conflict zijn met elkaar. Jemen is hierdoor ook strijdtoneel van de Amerikaans-Israëlische oorlog tegen Iran.










