Als zanger van Klein Orkest zong hij ‘Over de muur’ en ‘De leugenaar’. Als Harry Klorkestein werd hij Haags kunstbezit met ‘Oh Oh Den Haag’. Als cabaretier nam hij zalen mee in Haagse arbeiderspraat en analyseerde hij scherp dat Donald Duck alleen een broek draagt als hij gaat zwemmen. Om de rollebollende zaal daarna moeiteloos stil te krijgen met ontroerende liedjes als ‘Terug bij af‘. Goed, hij nam dan wel een Spaans sabbatical van dertien jaar, maar sinds 2015 treedt hij weer onvermoeibaar op.

Nu stopt Harrie Jekkers er echt mee. De popzanger, cabaretier, auteur, liedjesschrijver, verhalenverteller en bovenal levensgenieter is deze week 75 geworden, en nu vindt hij het mooi geweest. Onlangs verscheen zijn biografie Ik hou van mij. Dit weekend geeft hij de allerlaatste shows van zijn afscheidstournee In mijn liedjes kan ik wonen.

Zijn carrière heeft hem een paar miljoen opgeleverd, dat schuift hij tijdens het gesprek niet onder stoelen of banken. Maar niets in zijn ietwat smoezelige, kleine tweekamerappartementje in Utrecht, dat hij ooit voor zijn moeder kocht, verraadt dat. Om spullen geeft hij niks. Om zijn eigen liedjes des te meer. Jekkers blijkt een enorm goed geheugen te hebben. Als we niet praten, loopt hij zingend door zijn appartement. Als we wel praten, lepelt hij teksten op en lacht voortdurend om zijn eigen oude grapjes.