Hoezo, crisis in de Europese industrie?
Ons oog viel vanochtend op een bericht van het Centraal Bureau voor de Statistiek: de productie van de Nederlandse industrie lag in mei 4,9 procent hoger dan in mei 2025. Van de acht grootste branches liet de machine-industrie de grootste productiestijging zien, hoewel de chemische en de transportmiddelenindustrie wel forse dalingen lieten zien (ruim 6 procent).
In april lag de industriële productie in Nederland ook 4,9 procent hoger dan een jaar eerder, in maart krap 2 procent hoger. Daarvoor was ruim twee jaar sprake van stagnatie en in 2023 van krimp. In totaal ligt de industrieproductie nog licht onder het niveau van 2022.
De opleving in de Nederlandse industrieproductie valt op, want in Duitsland heerst crisisstemming. Daar daalt de industrieproductie al jaren en ligt nu zo’n 13 procent onder het niveau van voor de pandemie. Berichten over massaal banenverlies zijn aan de orde van de dag. Er wordt flink gedebatteerd over de oorzaken daarvan, schreven we laatst in onze economienieuwsbrief NRC Voorkennis.
Nederland daarentegen profiteert van de groeiende vraag naar chipmachines (ASML, ASM, Besi) en van investeringen in defensie en infrastructuur, schreef ING laatst al in een rapport. „Geïntegreerd zijn in de mondiale technologie-waardeketen” is voor landen een voorwaarde voor succes, stelde het IMF deze week in nieuwe ramingen.







