Feest na Marokko-Canada. In Amsterdam-West houdt een agent samen met de feestvierders een Marokkaanse vlag vast. In de Haagse Schilderswijk slaan agenten met de lange lat op de rug en billen van langslopende jochies en veegt de mobiele eenheid (ME) met de waterwerper een kruispunt leeg. In Utrecht en in Rotterdam kwam de ME zaterdag ook in actie, maar was de sfeer minder grimmig dan in Den Haag. Daar raakten twee agenten gewond en hield de politie 29 mensen aan. In de overige steden werden geen arrestaties verricht en raakten geen agenten gewond.
Is het toeval, die verschillen in politieoptreden? Ligt het aan de feestgangers, zijn die in de ene stad gewelddadiger dan in de andere? Of ligt het aan de politie die hier strenger en daar coulanter optreedt? En wat werkt uiteindelijk beter? Erbovenop zitten, of ruimte geven?
Woordvoerders van de (loco-)burgemeesters van de vier grote steden zeggen desgevraagd allemaal hetzelfde: feestvieren op straat mag, dat hoort bij een wereldkampioenschap voetbal. „De vreugde, saamhorigheid en trots die daarbij horen, verdienen ruimte in onze stad”, schrijft de Utrechtse burgemeester Sharon Dijksma deze week in een raadsbrief en andere steden gebruiken soortgelijke woorden. Over het algemeen genomen waren de spontane uitbarstingen van voetbaltrots „feestelijk” „ordelijk” en „positief”.













