Met de handen in de zij en zijn hoofd naar het gras gebogen staat Cristiano Ronaldo in de middencirkel van het Dallas Stadium. Hij staart in de verte en perst zijn lippen opeen. Wéér komt voor hem een wereldkampioenschap voortijdig ten einde, ditmaal door een laat doelpunt van Spanje, maandagmiddag in de achtste finale. Omringd door televisiecamera’s en fotografen kost het de Portugees zichtbaar moeite om zichzelf een houding te geven.

Teamgenoten komen naar hem toe, net zoals een handjevol spelers van de tegenstander. Ze leggen even een hand op zijn arm, of geven hem een schouderklopje. Dan begint de aanvoerder van het Portugese elftal in slentertempo aan een ronde langs de tribunes, om fans te bedanken. Hij zwaait en klapt, terwijl de toeschouwers hem toezingen. Dan breekt hij alsnog. Ronaldo slaat zijn hand voor neus en mond, zijn ogen beginnen te glinsteren.

Waren dit zijn laatste momenten in het shirt van Portugal? Het heeft er alle schijn van. Hij is immers al 41 jaar, een leeftijd die de meeste profvoetballers bij lange na niet halen, zeker niet op dit podium. Zijn zus, Kátia Aveiro, leek het een paar dagen geleden ook te suggereren. In gesprek met de Portugese televisiezender Sport TV noemde ze het WK in Noord-Amerika Ronaldo’s „laatste dans”.