Toen Carlos Caszely in 1974 als eerste voetballer ooit een rode kaart kreeg op een WK, ging zijn naam de geschiedenisboeken in. Maar die kaart is slechts een voetnoot in het bijzondere levensverhaal van de Chileense spits.

Caszely was de sterspeler van Colo-Colo toen Chili op 11 september 1973 werd opgeschrikt door een militaire staatsgreep. President Salvador Allende kwam daarbij om het leven en generaal Augusto Pinochet greep de macht. De dictatuur die volgde zou zeventien jaar duren.

Ook het voetbal ontsnapte niet aan de politieke werkelijkheid. Het Estadio Nacional in Santiago veranderde van een voetbaltempel in een gevangenis waar duizenden politieke tegenstanders werden opgesloten, gemarteld en in sommige gevallen vermoord. Toch moest Chili daar enkele maanden later een beslissende WK-kwalificatiewedstrijd tegen de Sovjet-Unie spelen.

De Sovjets weigerden uit protest af te reizen. Na een inspectie verklaarde de FIFA dat "het leven weer normaal was", maar de Sovjet-Unie bleef weg. Chili trapte daarom af in een vrijwel leeg stadion, speelde de bal een paar keer rond en schoot hem in een leeg doel. De scheidsrechter floot na minder dan een minuut af. Chili had zich zonder tegenstander gekwalificeerd voor het WK van 1974.