De zaak
„In de gang begon hij te slaan met zijn vuist op mijn lichaam. Ik ging gillen. Hij pakte me beet en gooide me op de grond en begon te schoppen. Ik bleef hard gillen en toen is hij weggegaan.” De politierechter kijkt op en vraagt: „Wat is uw reactie als ik dit voorlees uit de aangifte?”
„Weet ik niet”, antwoordt de twintigjarige Yasir B., die kort daarvoor in joggingbroek en op zwarte slippers tien minuten te laat voor z’n eigen strafzaak de Haagse rechtszaal binnen snelde.
Zijn advocaat Haroon Raza grijpt in: „De vraag is of het klopt.”
„Nee”, antwoordt de jongeman.







