Op de puinhopen van een ingestort flatgebouw in de zwaar getroffen Venezolaanse kustplaats La Guaira staan maandagmiddag de neven van Rosa Marcano met helmen op en lichtgevende jasjes brokken steen weg te scheppen.

Vanaf beneden roept Marcano hen toe dat broodjes en koffie klaarstaan. „Ze moeten af en toe pauze nemen in deze hitte. De afgelopen dagen hebben ze een gat van twaalf meter gegraven tussen het puin in de hoop onze familieleden te redden”, zegt ze. Een van haar tantes is gered. Zelf was ze op de tweede verdieping toen de aarde begon te beven en kon ze ternauwernood ontsnappen voordat het gebouw van dertien etages instortte.

Vrijwilligers komen langs met flesjes water en delen mondkapjes uit. Die zijn onmisbaar in deze toeristische badplaats, die op een oorlogsgebied lijkt sinds vorige week woensdag twee zware aardbevingen het Latijns-Amerikaanse land troffen. Er vielen voor zover nu bekend meer dan 1.700 doden, vele tienduizenden mensen worden nog vermist. Op elke straathoek hangt de geur van de dood. „We blijven hier vannacht weer want het zoeken gaat door. Zolang we geen lijken vinden, blijven we hoop houden. Er is gisteren nog een baby gered met moeder, dat was 85 uur na de aardbeving”, zegt Marcano.