160 Santa Marina Street in San Francisco is een mooi huis, maar of het 1,7 miljoen dollar waard is? De 46-jarige Italiaan die zich voorstelt als Matt neemt het in Spaanse stijl gebouwde pand uit 1931 vanaf de overkant van de straat nog even goed in zich op.
Misschien als de verkoopprijs 1,3 miljoen (zo’n 1,1 miljoen euro) zou zijn, zegt Matt, die met de capuchon van zijn roze trui op net het interieur bezichtigd heeft. „Het plafond is best laag, bijvoorbeeld.” Voor de prijs krijg je een schamele 104 vierkante meter. Maar de markt in de Californische stad is nu eenmaal totaal doorgedraaid. „Het probleem is dat er zoveel mensen met cash huizen kopen.”
Die werken in de AI-wereld, zegt Matt, en zitten niet zelden op miljoenen. Hij niet, hij werkt ten zuiden van de stad in het ’traditionele’ Silicon Valley. „Anders zou ik er wel wat minder lang over nadenken.” Voor mensen die niet in AI werken „wordt het steeds lastiger om een redelijk huis te kopen”, denkt hij. Hij vreest dat hij uiteindelijk noodgedwongen in de buitenwijken ver buiten de stad terecht gaat komen. „Daar is het minder fijn.”
San Francisco (circa 825.000 inwoners) is de wereldwijde hoofdstad van de AI-boom, en dat merk je aan alles. Op elk billboard in de stad hangen advertenties in onbegrijpelijk AI-jargon (‘agents’, ‘stacks’) die zich puur richten op AI-ontwikkelaars. Hippe koffiezaken duiken overal op, vooral in de Mission-buurt, waar zowel Anthropic als OpenAI kantoor houden.







