Toen de in Nigeria geboren Patrick Agu (38) de Nederlandse winter meemaakte, wenste hij dat het maar snel zomer zou worden. Zo koud vond hij het, in z’n slecht geïsoleerde flatje in de Bijlmer. „Maar nu is het wel erg warm”, geeft hij toe boven een bord kip met rijst in kerkgebouw De Nieuwe Stad in Amsterdam-Zuidoost. De hitte is „niet makkelijk”. Want de kamer waarin hij verblijft absorbeert de warmte ontzettend, legt Agu uit. „Ik kan het me niet veroorloven om een ventilator te kopen, laat staan dat ik ‘m aanzet, denk aan alle stroom die dat kost”, zegt hij. Hij lacht als hij naar een airco wordt gevraagd: natúúrlijk heeft hij die niet. Zijn oplossing: ’s nachts naakt slapen en overdag zo min mogelijk thuis zijn. Maar waarheen als het buiten 34 graden is, zoals deze woensdag?

Amsterdam heeft deze week twaalf ‘koelteplekken’ geopend. Patrick Agu en andere Amsterdammers kunnen daar „tijdelijk aan de hitte ontsnappen”, stelt GGD Amsterdam. Het gaat om buurthuizen, supermarkten en bibliotheken. Er is drinkwater voorhanden, er zijn zitplaatsen, je kan er zo binnenlopen. Het gaat om een proef – mogelijk volgen later meer van dit soort ‘koelteplekken’. Nu liggen ze vooral in de stadsdelen Nieuw-West en Zuidoost. Daar is het risico op „hittestress” volgens de gemeente groter dan elders in de stad. Amsterdam baseert zich op temperatuur, het aantal kwetsbare bewoners en of er bijvoorbeeld een schaduwrijk park nabij is. „Verkoeling mag niet afhangen van je inkomen, je netwerk of de woning waarin je woont”, aldus zorgwethouder Alexander Scholtes.