Paul V. leerde zijn ex-vriendin in 2010 kennen via het internet. Ze kregen samen twee kinderen, maar de laatste jaren van hun relatie verliepen stroef. Zo appte V. het slachtoffer extreem vaak tijdens haar werk, tot wel zeshonderd keer op een dag. In die berichtjes liet hij merken jaloers te zijn op haar collega's en erg bang te zijn als ze geen tijd voor hem had. In 2023 verbrak ze de relatie.

Op 29 januari 2024 belde V. 112 met de melding dat hij zijn vrouw in hun woning in Leiden had aangetroffen na een zelfmoordpoging. Agenten ter plaatse zagen dat de vrouw een hondenketting om haar nek had. Ze werd in kritieke toestand naar het ziekenhuis gebracht, waar ze de dag later overleed.

V. ontkende dat hij zijn partner had vermoord, maar daar gaat de rechtbank niet in mee. De rechtbank vermoedt dat V. heeft geprobeerd om de moord op zelfmoord te doen lijken. Daarnaast heeft V. op internet gezocht naar rechterlijke uitspraken over zelfmoord en hoe een strop geknoopt moet worden. Ook heeft hij via internet een hondenriem gekocht, zoals die op de plaats delict is gevonden.

De rechtbank legt V. 21 jaar cel op voor moord op zijn ex-partner. Dat is anders dan wat het OM eerder eiste, namelijk achttien jaar en tbs met dwangverpleging voor doodslag. V. krijgt geen tbs, onder meer omdat deskundigen de kans op herhaling bij gevallen van partnerdoding relatief laag inschatten. Hij krijgt wel een maatregel tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking opgelegd, zodat er na zijn celstraf toezicht op hem gehouden kan worden. Ook moet hij een schadevergoeding betalen aan zijn kinderen en de familieleden van het slachtoffer.