Wie nog dacht dat er dit WK kleine landen zijn, kwam zondagnacht definitief bedrogen uit. In een zinderend duel hield WK-debutant Kaapverdië, de nummer 63 op de wereldranglijst, tweevoudig wereldkampioen Uruguay (nummer 16) knap op een 2-2 gelijkspel. Het is na de 0-0 tegen Spanje al het tweede punt dat de Kaapverdiërs dit WK pakten. De in Rotterdam geboren Sidny Lopes Cabral, Jamiro Monteiro en Garry Rodrigues begonnen in de basis; ook de Rotterdamse broers Laros en Deroy Duarte kregen speeltijd.
Vooraf aan het toernooi werd er met name door Europeanen smalend gesproken over de uitbreiding van het toernooi naar 48 landen. Vorige week nog zei UEFA-voorzitter Aleksander Ceferin dat het tot teveel „saaie wedstrijden” zou leiden. Dit weekend bewees definitief zijn ongelijk: eerst was er zaterdagnacht het enerverende gelijkspel van Curaçao tegen Ecuador, zondag volgde in Miami één van de spannendste wedstrijden van het WK tot nu toe.
In een benauwd Miami Stadium, waar Uruguay-fans op de tribune zwaar in de meerderheid waren, had Kaapverdië in de eerste helft weinig in te brengen. Via een van een meter of dertig ingeschoten vrije trap van Kevin Lenini kwam het weliswaar verrassend op voorsprong. Maar Uruguay maakte snel gelijk en dicteerde het spel. De 2-1, diep in blessuretijd van de eerste helft, leek aan de Kaapverdische illusies een einde te maken.












