Engeland – Kroatië was op voorhand al één van de aantrekkelijkste affiches van de groepsfase van het WK. Kroatië is de verliezend finalist van 2018 en werd in 2022 derde; Engeland is de verliezend finalist van het EK twee jaar geleden. Wedstrijden tussen zulke topploegen kúnnen weliswaar saai uitpakken, als de twee elkaar in een tactische houdgreep hebben en niet los laten.
Maar dit is geen WK van saaie wedstrijden (oké, misschien op Qatar – Zwitserland na). En op een toernooi waarin nog geen wedstrijd tegenviel (wie had iets anders verwacht van Qatar – Zwitserland?), stak Engeland – Kroatië er bovenuit: 4-2.
Al na amper tien minuten kreeg Engeland de ideale kans om op voorsprong te komen, nadat Luka Modric in eigen strafschopgebied te traag verdedigde en oud-PSV’er Noni Madueke neerhaalde. Harry Kane’s eerste poging werd gestopt, maar omdat de Kroatische keeper Dominik Livakovic te vroeg van de lijn kwam kreeg de aanvoerder van Engeland een herkansing: 1-0.
Wat volgde was een wedstrijd op de hoogste intensiteit, waarin elk foutje afgestraft werd. Twee keer kwam Kroatië terug van een achterstand, mede dankzij een assist van de onvermoeibare PSV’er Ivan Perisic: hij kreeg de bal vanaf een meter of dertig van de goal door de lucht aangespeeld door middenvelder Mario Pasalic en kopte terug op de inlopende spits Petar Musa. Die haalde beheerst uit met de binnenkant van z’n rechtervoet: 2-2. Dat Engeland na rust uitliep naar 4-2 was terecht, maar had met de dodelijke effectiviteit van Kroatië ook omgekeerd zullen uitvallen.











