Het geweldsincident vond in de nacht van 27 op 28 november 2025 plaats in een Amsterdamse kroeg nabij de Vrije Universiteit. De aanleiding was dat eerder op die avond in het gebouw van de Vrije Universiteit het lied Erika, een onder nazi's geliefd marslied, zou zijn gezongen.

Beide verdachten zijn lid van de rechts-conservatieve studentenvereniging Vrijmoedige Studentenpartij (VSP) en hadden die dag een borrel in het universiteitsgebouw. Een getuige die in het gebouw aanwezig was, had het zingen van het lied gefilmd. Zij trof de verdachten later die avond in Bar Boele. Daar werden ze door een bekende van haar aangesproken op het gezang.

De rechtbank acht bewezen dat V. tegen het slachtoffer heeft gezegd dat hij ook zal worden gedeporteerd. Volgens de rechter moet V. hebben beseft dat hij met deze discirminerende opmerking haat tegen of discriminatie van een groep tot uitdrukking bracht. Dat geldt ook voor de opmerkingen "fakking neger" en "kankerhoer" die U. bij het vertrek uit de kroeg tegen omstanders maakte.

U. had het slachtoffer kort daarvoor meerdere malen geslagen. Hij pakte het hoofd van het slachtoffer bij de haren vast en duwde het drie keer met kracht op de grond. De rechtbank beschouwt dat als een poging tot zware mishandeling. Dat het slachtoffer daarbij niet meer dan een gezwollen en bloedende neus opliep, doet daar niets aan af.