Het langlopende conflict tussen oud-Kamervoorzitter Khadija Arib en het presidium van de Tweede Kamer is via bemiddeling opgelost. Kamervoorzitter Thom van Campen (VVD) schrijft in een woensdag verstuurde Kamerbrief dat „de Tweede Kamer en mevrouw Arib gezamenlijk tot een oplossing van dit geschil zijn gekomen”.
In 2022 onthulde NRC dat het presidium unaniem tot een extern feitenonderzoek had besloten naar meldingen van grensoverschrijdend gedrag van Arib in haar tijd als Kamervoorzitter (2016-2021). Twee anonieme brieven over Aribs gedrag waren de aanleiding voor het onderzoek, dat door het onafhankelijke bureau Hoffmann werd uitgevoerd. Arib (PvdA) stapte op als Kamerlid. Van de zeventien voorvallen die in de twee anonieme brieven stonden beschreven, wisten de Hoffmann-onderzoekers er uiteindelijk zestien te bevestigen.
De advocaten van Arib stelden dat de griffier en het presidium niet bevoegd waren om een onderzoek naar de oud-Kamervoorzitter in te stellen, en spanden een rechtszaak aan. Maar vorig jaar besloot de rechtbank in Den Haag dat de politiek-ambtelijke top van de Tweede Kamer zelfs „verplicht” was geweest om „de concrete signalen” over Aribs gedrag als Kamervoorzitter te onderzoeken. Volgens de rechtbank heeft de Tweede Kamer „zorgplicht” voor de ruim zeshonderd ambtenaren die er werken. Geen van Aribs eisen werd ingewilligd.







