Een aanrader: een kleine enquête in de vriendenkring over de plashouding van de mannelijke huisgenoten. Vrouw 1: „Zittend. Blijkbaar vinden ze dat fijner, want ik heb ze dat niet gevraagd.” Man 1: „Zittend is relaxter. Hoewel ik dan wel moet uitkijken dat ik niet onder de bril door plas.” Vrouw 2: „Zittend. Nooit hoeven vragen, doen ze uit zichzelf. Maar van mij mag het ook niet anders.” Man 2: „Ik doe staand alleen in de vrije natuur, want daar maakt het niet uit of je goed kunt mikken.”

Conclusie 1: het zijn toch veelal de vrouwen die de wc’s schoonmaken. Conclusie 2, althans in deze bubbel: mannen vinden zitten helemaal oké. Maar wat zeggen de artsen? Zittend zou je beter kunnen uitplassen, hoor je veel, maar klopt dat echt, en wat maakt dat eigenlijk uit?

Eerst even over dat laatste: het is écht zo dat je sneller blaasontsteking krijgt als je vaak niet helemaal goed uitplast. Dat staat in allerlei overzichtsstudies. Ook al stroomt je urine continu door: toch is er een sterk verband tussen hoeveel urine er na het plassen in je blaas achterblijft (altijd wel iets; bij één op de twintig gezonde volwassenen is het meer dan 100 ml) en hoeveel bacteriën daarin leven.

Het klinkt logisch: zittend kun je je beter ontspannen. En een ontspannen bekkenbodemspier is een voorwaarde voor goed kunnen uitplassen. Maar nee hoor. Dé metastudie over staand versus zittend plassen, een Leids artikel in PLOS One in 2014, stelt letterlijk: „Bij gezonde mannen vonden we geen verschil [tussen staand en zittend plassen] in urodynamische parameters.” Die parameters zijn de maximale straalsterkte (in milliliters per seconde), de plastijd en de hoeveelheid achterblijvende urine.