Het leek een herhaling van zetten. Zodra op maandagochtend een door Pakistan bemiddeld Amerikaans-Iraans akkoord werd aangekondigd, bij monde van de Pakistaanse premier Shehbaz Sharif, barstte in Israël een kanonnade van politieke veroordelingen los.
De Israëlische oppositie ging, met het oog op de eind oktober geplande verkiezingen, in de campagnestand door de Israëlische premier Benjamin Netanyahu te veroordelen. Leider van de Democraten Yair Golan, die zich in april eveneens fel uitsprak tegen een akkoord, verweet Netanyahu dat er achter Israëls rug om een deal was gesloten, en Naftali Bennett van de partij Samen noemde het akkoord „een gevaarlijke wending voor de veiligheid van Israël.”
Ook Netanyahu’s extreemrechtse coalitiepartners, de minister van Nationale Veiligheid Itamar Ben-Gvir en minister van Financiën Bezalel Smotrich, keerden zich fel tegen de deal. „We nemen geen genoegen met minder dan de ontmanteling van Hezbollah”, schreef Ben-Gvir op X, waarin hij iedere terugtrekking uit Libanon afwees.
Volgens de Pakistaanse premier Sharif omvat het akkoord, dat aanstaande vrijdag moet worden ondertekend in het Zwitserse Genève, ook een bestand in Libanon. Dat werd snel daarna door de Israëlische minister van Defensie Israël Katz tegengesproken, die zei dat Israël voor onbepaalde tijd in Libanon, Syrië en Gaza zal blijven. Ook Ben-Gvir schreef dat Israël zich onder geen beding zal terugtrekken uit Libanon.










