Toen Livano Comenencia in de 21e minuut namens Curaçao de gelijkmaker maakte tegen viervoudig wereldkampioen Duitsland, leek de Amerikaanse commentator van Fox One haast blijer dan de middenvelder van FC Zürich zelf. Het zou toch niet, is een sprookje in de maak, het kleinste land ooit op een WK tegen een traditioneel soccer powerhouse, David versus Goliath, en al dies meer.
Gaandeweg de wedstrijd taande zijn enthousiasme: het onmogelijke bleek inderdaad niet mogelijk. Duitsland hield pas op toen het 7-1 was, dezelfde uitslag waarmee het in 2014 Brazilië afdroogde. Maar waar de Brazilianen destijds diep beschaamd afdropen, konden de teleurgestelde mannen van bondscoach Dick Advocaat ook trots zijn, concludeerden ze na de wedstrijd in Houston.
Lees ook
Curaçao verliest ruim van Duitsland, maar beseft dat er alsnog geschiedenis wordt geschreven
Enkele uren later begon Nederland in Dallas aan zijn wedstrijd tegen Japan, volgens vriend en vijand Oranjes grootste concurrent in groep F, waarin ook Tunesië en Zweden uitkomen. Zij zouden elkaar later die dag treffen in het Monterrey Stadium in Mexico, om 4:00 uur in de Nederlandse ochtend. Die wedstrijd wonnen de Zweden, die zich met de grootste moeite voor dit WK plaatsten, met maar liefst 5-1.












