vandaag, 21:26Ik weet nog precies waar ik was op 11 juni 1986. Bijna platgedrukt tegen het hek zag ik dat SC Veendam promoveerde naar de Eredivisie. Deze week was het precies veertig jaar geleden. Tijd om wat herinneringen naar boven te halen.Eerst even wat feiten op een rij. Veendam eindigde als vierde in de Eerste Divisie en verloor dat seizoen slechts twee thuiswedstrijden. En belangrijker, het elftal won de vierde en laatste periodetitel. De vorm was er dus. Trainer Henk Nienhuis kon met een gerust hart de nacompetitie in gaan. Was Veendam favoriet? Nee, dat niet. De drie tegenstanders RKC, Vitesse en Willem II hadden beduidend meer in hun mars en moesten misschien wel promoveren van de clubleiding. Veendam had veel ervaring in de ploeg. Veel spelers hadden al heel wat wedstrijden in de benen bij FC Groningen. Vandaar ook dat Veendam in die tijd als FC Groningen 2 werd bestempeld. De eerste vier wedstrijden werden gewonnen. De vijfde, thuis tegen Willem II, kon al beslissend zijn.Een seizoenkaart had ik niet. Ik kocht per wedstrijd een kaartje bij de kassa aan de Langeleegte. Vijf gulden en je kon het stadion binnenlopen. Ik heb, vermoed ik, dat seizoen hooguit twee wedstrijden gemist. Als veertienjarig jochie uit Finsterwolde stapte ik om de twee weken op de fiets naar Winschoten. Buslijn 13 vertrok stipt om vijf over zes. Een kleine drie kwartier later arriveerde ik via Heiligerlee, Westerlee en Meeden in Veendam. Ruim op tijd voor de wedstrijd die om half acht begon en vlak voor de warming-up. Daar genoot ik al volop van terwijl ik ondertussen het programmaboekje doorbladerde. Het was voor mij het perfecte avondje uit. Vaak helemaal in m'n eentje, soms ging een aantal klasgenoten met me mee. Maar het warme gevoel voor voetbal in Veendam hadden zij niet. Ik durfde het er voor de beslissende wedstrijd in de nacompetitie niet op te wagen om een kaartje bij de kassa te kopen. In de twee dagen na de gewonnen uitwedstrijd tegen RKC (uitslag 1-2, doelpunten Ronald Steenge en Jan Redmeijer) was de vraag naar tickets groot. Het leek alsof vooral heel Oost-Groningen erbij wilde zijn. Een van de voorverkoopadressen was de sportzaak van Sape Hoekstra. Inderdaad, de doelman van Veendam die een goed seizoen draaide onder de lat. Er was veel vraag, dus de prijs was verhoogd met vijf gulden. Ook al had ik al mijn gespaarde zakgeld moeten uitgeven, ik wilde er koste wat kost bij zijn aan de Langeleegte. Ik was immers een van de vaste supporters. Althans, dat vond ik. Fan werd ik eind jaren zeventig toen ik aan de hand van mijn oom meeging. Dat was in de tijd dat er alleen nog maar een hoofdtribune stond. Met een groepje stonden we altijd achter het doel van Veendam. Waarom weet ik niet, maar een plek aan de korte zijde had al die jaren daarna mijn voorkeur. Net als veertig jaar geleden. Veendam had alle voorgaande wedstrijden met klein verschil gewonnen. En dat zou tegen Willem II ook weer het geval zijn. Vanaf mijn plek schuin achter het doel zag ik door het hek Boy Nijgh aan de overkant de 1-0 binnentikken. Tien minuten later floot de scheidsrechter voor het einde. Twaalfduizend mensen, volgens sommigen waren het er meer, konden hun geluk niet op. Veendam naar de Eredivisie. Wie had dat ooit gedacht! Supporters renden het veld op, en trainer Henk Nienhuis ging op de schouders. Ik vierde mijn eigen feestje en liep het stadion uit want de buslijn 10 naar Winschoten vertrok een kwartier later. Een paar dagen later begon de seizoenkaartverkoop voor het volgende seizoen. Ik stond niet in de rij. Ook voor de wedstrijden in de Eredivisie kocht ik gewoon een kaartje bij de kassa. En ook dat was een mooi seizoen, ondanks de degradatie.