Na Mexico op de openingsdag van dit WK waren nu de twee andere organiserende landen aan de beurt om voor eigen publiek hun openingswedstrijd te spelen. Canada deed dat door in Toronto met 1-1 gelijk te spelen tegen Bosnië en Herzegovina, het eerste punt dat de Canadezen ooit veroverden op een WK. De Verenigde Staten deden dat door met aanstekelijke energie en creativiteit Paraguay op te rollen. In Los Angeles werd het onder toeziend oog van ruim 70.000 toeschouwers, onder wie veel beroemdheden, 4-1 voor de Amerikanen.
Een WK georganiseerd door drie landen betekent ook drie openingsceremoniën. ’s Middags (21.00 uur bij ons) was het in Toronto feest met optredens van onder anderen de Canadese artiesten Alessia Cara, Nora Fatehi en Michael Bublé. Alanis Morissette zong het Canadese volkslied vlak voor de aftrap. Daarna ging het vrij snel mis voor de Canadezen. Bosnië, dat zich voor het WK had geplaatst door viervoudig wereldkampioen Italië in de play-offs uit te schakelen, scoorde al vroeg: Jovo Lukić kopte raak uit een hoekschop.
Het betere – en ijverige – Canada kreeg zo’n tien minuten voor tijd loon naar werken: oud-Feyenoorder Cyle Larin passeerde na een handige draaibeweging de Bosnische doelman Nikola Vasilj. Het aldus verdiende punt was desalniettemin een keerpunt: op de vorige twee eindrondes waar Canada aan deelnam (1986 en 2022) gingen alle wedstrijden verloren.












