Geen week gaat voorbij en ik zie wéér een inflatiecijfer voorbijkomen dat is opgelopen, in Nederland, elders in Europa, of elders in de wereld. Ik volg de ontwikkeling niet alleen met journalistieke interesse, maar ook met een zekere bezorgdheid.
Ik moet onder meer denken aan het volgende. In oktober 2024, enkele weken voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen, stond ik op een gure ochtend bij een winkelcentrum in een stadje in Pennsylvania. Ontevreden Amerikaanse kiezers vertelden me in koor: alles is heel erg duur geworden. In Amerikaanse opinieonderzoeken kwamen de gestegen kosten van levensonderhoud naar voren als een van de belangrijkste verkiezingsthema’s. We weten natuurlijk wie die verkiezingen won. Donald Trumps zege had uiteenlopende redenen, maar de inflatiegolf die de VS trof tussen 2021 en 2023, speelde een aanzienlijke rol. Dat werd in onderzoek ná de verkiezingen nog eens bevestigd.
Nu maken niet alleen de VS, maar ook Europa en de rest van de wereld een tweede inflatiegolf mee in korte tijd. In de VS liep de inflatie sinds begin dit jaar op van 2,5 naar ruim 4 procent, in de eurozone van krap 2 naar ruim 3 procent, in Nederland van 2,4 naar 3,5 procent. Het komt door Trumps oorlog tegen Iran, die de energieprijzen liet exploderen. In het kielzog daarvan stijgen nu allerlei andere prijzen. Want duurdere olie betekent: prijziger transport en hogere stookkosten. En die kosten berekenen bedrijven door aan de klant.












