De 39-jarige Georgina zit op een stoepje in de Carrer de la Guadalajara, een straatje in het centrum van Barcelona, en kijkt van haar telefoon naar het politiebureau aan de overkant en weer terug. Haar lichtblauwe tas met madeliefjes steekt af tegen haar zwarte T-shirt en lange zwarte haren. Ze wacht op haar 15-jarige zoon, met wie ze een half jaar geleden uit Venezuela vertrok en die nu in het politiebureau is om een verblijfsvergunning aan te vragen. Haar eigen aanvraag heeft ze die ochtend ingediend.
Rondom Georgina, die haar achternaam niet wil geven omdat haar aanvraag nog in behandeling is, staan enkele tientallen mannen, vrouwen en kinderen in de rij voor het politiebureau, alleen en in groepjes. Sommigen hebben een stapeltje A4-tjes bij zich, anderen dragen mappen onder hun arm. Ook op andere plekken in Barcelona en in andere steden staan rijen bij gemeentegebouwen, kantoren van de sociale zekerheid en de immigratiedienst.
Na weken van voorbereidingen en politieke discussies introduceerde de Spaanse premier Pedro Sánchez op 14 april de regularización extraordinaria, een tijdelijke ‘buitengewone regularisatieprocedure’ die in één klap ongeveer een half miljoen mensen zonder papieren moet legaliseren. Maandag 20 april was de eerste dag waarop mensen zich hiervoor konden melden – dat leidde direct tot rijen. Eind juni moeten alle aanvragen zijn behandeld.






