Elke avond videobelt Walaa met haar dochters in Syrië. De oudste is tien, de jongste vier. Soms kijkt haar jongste zwijgend naar het scherm. „Ik ben nu zo lang weg”, zegt Walaa, terwijl ze in een snackbar in een winkelcentrum in Gouda een glas sinaasappelsap drinkt, „dat de jongste me begint te vergeten.”
De 38-jarige moeder dacht iets goeds te doen voor haar gezin, toen ze in 2024 Syrië verliet. Het plan was eenvoudig: eerst asiel in Nederland krijgen, daarna haar man en twee dochters laten overkomen. „Zo ging dat altijd, met andere Syriërs”, zegt ze. „Eentje reist vooruit, daarna vraag je gezinshereniging aan.” Meestal reisden de mannen vooruit. Maar omdat Walaa een Europees studievisum wist te krijgen, en haar man niet, ging zij.
COA en hulporganisatie Vluchtelingenwerk maken zich grote zorgen over de impact die dit gaat hebben op asielzoekers zoals Walaa
Tweeënhalf jaar na haar komst woont Walaa nog altijd in een asielzoekerscentrum en wacht ze nog steeds op haar tweede gehoor bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Nadat zij aankwam, viel het Assad-regime in Syrië. Nederland zette de beoordeling van aanvragen uit Syrië stil. Sindsdien wacht ze.
Vanaf vrijdag zal dat wachten nóg langer duren.











