In de schaduw van de bomen staat een klein peloton politieagenten van de New York City Police Department ontspannen op een dijkje te kijken naar Oranje tegen Oezbekistan. Op de achtergrond, met ertussen een aftakking van de Hudson River, blinkt de skyline van Manhattan. Verkeer dendert niet ver van het stadion over snelweg I-278. Overal flitsen gele stipjes langs, deze maandagmiddag in New York, van taxi’s tot klassieke schoolbussen.

Het bescheiden Icahn Stadium op Randalls Island, Manhattan, is met de felblauwe sintelbaan meer gericht op atletiek dan op voetbal. Usain Bolt liep hier in mei 2008 zijn eerste wereldrecord op de honderd meter. Al kent deze plek ook een illuster voetbalverleden: de Braziliaanse legende Pelé maakte er in juni 1975 zijn debuut voor New York Cosmos.

Nu werkt het Nederlands elftal hier, zonder toeschouwers, de laatste test af voor het WK voetbal in de VS, Canada en Mexico. Het lukte voetbalbond KNVB niet om in een groot stadion in New York een oefenduel mét publiek te organiseren. De stad is op dit moment sowieso in de ban van de basketbalfinale in de NBA, maandagavond speelden de New York Knicks in Madison Square Garden de derde wedstrijd tegen San Antonio Spurs. President Donald Trump zou komen, was de verwachting.