Als de laatste bal van Flavio Cobolli uit vliegt, valt Alexander Zverev bijna in vertraging op het gravel. Snikkend slaat hij zijn handen voor zijn ogen. Hij heeft er vijf sets en meer dan vier uur voor nodig gehad, maar na deze Roland Garros-finale kan Zverev zichzelf eindelijk een grandslamkampioen noemen.
De zege volgt op een verrassend toernooi. Nummer één van de wereld Jannik Sinner lag vroeg uit het toernooi en ook Novak Djokovic verloor al in de derde ronde. En aangezien Carlos Alcaraz vanwege een blessure niet meedeed, was Zverev als nummer drie van de wereld vanaf dat moment de grote favoriet.
Zverev was al vaker dicht bij een grandslamtitel: drie keer eerder stond hij in de finale, maar het lukte hem niet die kansen te verzilveren. In 2020 gaf hij tijdens de US Open zelfs een voorsprong van 2-0 in sets op Dominic Thiem weg. In 2022 had hij serieuze kansen om in de kwartfinale van Roland Garros Rafael Nadal te verslaan. Maar die droom was in één klap voorbij toen hij tijdens een rally verkeerd neerkwam en zijn enkelbanden scheurde.
Buiten de grandslamtoernooien wist Zverev zo’n beetje alles te winnen wat er te winnen valt: Masters-toernooien, de ATP-finals, voor de acht beste spelers van het jaar, zelfs Olympisch goud. Hij werd vaak de beste tennisser genoemd die nooit een grandslamtitel had gewonnen.










