19 mei 2025. Met een goede vriend stap ik door de schuifdeuren het gemeentehuis van De Bilt binnen. Mijn handen zijn plakkerig, ik voel mijn hartslag in mijn keel. Aan de balie vertel ik wat ik kom doen. De ambtenaar knikt en verdwijnt rechtsachter door een deur. Ik leun op de glazen toonbank en tel de seconden terwijl ik naar de deur staar. Als ze eindelijk weer tevoorschijn komt, heeft ze een donkerrood boekje vast.
Met mijn nieuwe paspoort stevig in mijn hand, loop ik terug naar de schuifdeuren. Ik stop bij een marmeren zuil en open het boekje. Onder het kopje ‘geslacht’ staat geen V/F of M/M, maar X/X. Eindelijk is het officieel. Het voelt als een overwinning.
Vanaf de middelbare school voelde ik me ongemakkelijk in mijn lichaam, maar ik kon dat gevoel niet plaatsen. Toen ik door de coronaperiode veel meer tijd had om op sociale media te zitten, kwam ik steeds vaker verhalen tegen van mensen die non-binair zijn. Ook zag ik de aflevering van de non-binaire Nanoah Struik bij Hij is een Zij (inmiddels Hij, Zij, Hen geheten), dat trans personen volgt. Daar herkende ik me in.
Ik meldde me aan bij de genderpoli, en toen ik in mei 2024 het diagnostische traject had doorlopen, besloot ik dat het tijd was dat ik bij de overheid niet meer als vrouw of man geregistreerd sta. Ik had inmiddels de ruimte in m’n hoofd om de voor- en nadelen tegen elkaar af te wegen. Zou ik nog wel veilig kunnen reizen? En wat als we in de toekomst een overheid krijgen die het niet zo opheeft met queer personen? Ben ik dan met een X niet heel zichtbaar? Maar uiteindelijk gaf het grote voordeel de doorslag: een officiële erkenning van hoe ik me altijd van binnen heb gevoeld.













