Het was weer avondvierdaagse, een semiverplichte vierdaagse wandeltocht in de avonduren voor basisschoolkinderen.
Ik was met de middelste en oudste dochter (9 en 10), die woedend waren omdat we te laat waren vertrokken. Het ging met bloedspoed naar en door het Flevopark waar alle scholieren van Amsterdam- Oost verzamelden. We probeerden aan te haken achter een andere vader die met zijn elektrische bakfiets een pad voor ons baande door de wandelende meute die alvast vertrokken was. De ene dochter deed vijf kilometer, de ander tien, ik koos voor de kortste afstand. Bij het vertrekpunt trof ik twee desperate ouders die ik kende van het schoolplein, ze waren boos dat klas 5 al was vertrokken. Een moeder keek op een app, ‘ze’ waren al bij het revatiliseringspunt waar vrijwilligers bananen uitdeelden, ze stelde voor om te rennen. Ik wilde niet rennen maar mijn middelste dochter wel dus ik deed toch mee. Het ging door de berm, het moet daar zijn geweest dat ze twee van haar drie Fruitellarollen verloor, terwijl ze juist van plan was geweest om daar goede sier mee te maken in de ruilhandel. Een opzichzelfstaand drama. Ik kreeg de opdracht om te draaien om te zoeken, een dienstbevel dat ik negeerde.











