De eerste volledige week van de parlementaire enquête naar het coronabeleid staat in het teken van het begin van de pandemie. Deze woensdag wordt toenmalig Tweede Kamervoorzitter Khadija Arib verhoord, net als Ernst van Koesveld, de hoogste ambtenaar op het ministerie van Volksgezondheid, die belast was met langdurige zorg, en dus de zorg voor ouderen in de zwaar getroffen verpleeghuizen.

Oud-KamervoorzitterKhadija Arib

Khadija Arib.Foto Bart Maat / ANP

De coronacrisis had ook ingrijpende gevolgen voor de werkwijze van de Tweede Kamer zelf. Daarover mag Khadija Arib, Kamervoorzitter tijdens het begin van de pandemie, zich tegenover de commissie verantwoorden. Toen Nederland in lockdown ging werd ook het werk van de Kamer bijna volledig stilgelegd, alleen een wekelijks of tweewekelijks plenair debat over de bestrijding van het coronavirus stond nog op de agenda. Later in de pandemie werden er weer meer debatten mogelijk, maar soms nam het presidium onder leiding van Arib opnieuw beperkende maatregelen.

Arib wilde als Kamervoorzitter herkozen worden, maar verloor in 2021 – nog middenin de pandemie – de strijd om het voorzitterschap van PVV’er Martin Bosma. Zij bleef wel Kamerlid en werd in juni 2022 voorzitter van de tijdelijke commissie corona die de parlementaire enquête moest voorbereiden. Na klachten van medewerkers stelde het presidium, het bestuur van de Tweede Kamer, een onafhankelijk extern onderzoek in naar het gedrag van oud-voorzitter Arib. Daarop trad Arib af als Kamerlid en werd VVD’er Mariëlle Paul de nieuwe voorzitter van de tijdelijke commissie.